Voucherregeling 2020 (17-1-2020)

Waarvoor kun je subsidie krijgen?
►Het inschakelen van een onafhankelijke deskundige voor bedrijfsontwikkeling, innovatie-advies of een HR beleidsplan
►Het deelnemen aan (in-company) opleidingen, trainingen, seminars of cursussen voor HR deskundigheidsbevordering
►Het deelnemen aan een minimaster ondernemersontwikkeling waarbij HR een onderdeel is van het programma
►Het omscholen of bijscholen van medewerkers gericht op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van deze medewerkers binnen de organisatie

Wat zijn de voorwaarden?
►Het project richt zich op innovatie, bedrijfsontwikkeling of strategische HR
►De onafhankelijke deskundige kan op grond van zijn opleiding en ervaring het project uitvoeren
►Er zijn nog geen contracten aangegaan vóór het indienen van de subsidieaanvraag
►Het project wordt binnen 6 maanden na toezegging van de subsidie afgerond


LET OP: GEBRUIK DE JUISTE VERSIE

Definities

Mkb onderneming: een onderneming zoals is opgenomen in bijlage I van de verordening (EU) Nr. 651/2014 van de commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

HR taken: taken die gericht zijn op de werving en selectie, belonen, beoordelen en opleiden van werknemers binnen een organisatie;

deskundige: iemand die op grond van opleiding of ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren in het kader van een op grond van deze
regeling gesubsidieerde activiteit. De deskundige is onafhankelijk en ingeschreven in het handelsregister.

de-minimis: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland

minimaster ondernemersontwikkeling: meerdaags programma of meerdaagse opleiding waarin wezenlijke aspecten van ondernemerschap worden behandeld die al dan niet een direct raakvlak hebben met een of meer in het doel van de regeling
beschreven ondernemersthema’s. Gedurende het programma of de opleiding krijgen deelnemende MKB-ondernemers handvatten aangereikt die essentieel zijn voor het
succesvol uitvoeren van hun ondernemingsactiviteiten.

Toelichting op Artikel 1 sub c Deskundige
De deskundige dient op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd te zijn de opdracht uit te voeren of de (incompany) opleiding, training, seminar of cursus te geven.

Voor de beoordeling kan worden gekeken naar de ondernemingsactiviteiten van het bedrijf dat wordt ingehuurd en/of de aantoonbare kennis en ervaring van de persoon die de opdracht uitvoert of de (incompany) opleiding, training, seminar of cursus geeft.

De deskundige die ingehuurd wordt moet ingeschreven zijn bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, of vergelijkbare handelsregisters in andere staten. Particulieren kunnen daarmee niet optreden als onafhankelijke deskundige.

Een kennisinstelling kan overigens wel optreden als onafhankelijke deskundige.

Een deskundige dient tevens onafhankelijk te zijn. Dit houdt in dat de deskundige onafhankelijk de gegeven opdracht dient uit te kunnen voeren of de (incompany) opleiding, training, seminar of cursus te kunnen geven. Waarbij er geen sprake mag zijn van enige vorm van belangenverstrengeling. Het gaat er ook om dat de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. In dit kader wordt onder andere in de volgende situaties geoordeeld dat er geen sprake is van onafhankelijkheid:

Deze opsomming is niet limitatief.

Doel regeling

De subsidieregeling heeft als doel Friese MKB-ondernemingsactiviteiten op het gebied van innovatie, bedrijfsontwikkeling of strategisch HR te stimuleren.

Hiermee beogen Gedeputeerde Staten een impuls te geven aan diverse actuele ondernemersthema’s die met voornoemde activiteiten verband houden, zoals vergroting van de circulaire economie, verbetering van de vitaliteit van medewerkers, inspelen op de krapte op de arbeidsmarkt of het digitaliseren van de organisatie.

Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan een mkb-onderneming die op het moment van ontvangst van de aanvraag een vestiging heeft in de provincie Fryslân en vanuit deze vestiging ondernemingsactiviteiten uitvoert.

Subsidiabele activiteit

bedrijfsontwikkeling: het opstellen van een financieringsplan, procesoptimalisatieplan of bedrijfsplan;

innovatie-advies: het inwinnen van advies ten behoeve van voor de onderneming nieuwe kennis met betrekking tot nieuwe producten, productieprocessen of diensten, of de vernieuwing daarvan;

►het opstellen van een strategisch HR beleidsplan en/of de implementatie hiervan;

deskundigheidsbevordering bij medewerkers met HR taken en/of medewerkers die HR taken gaan uitvoeren, niet zijnde professionele HR functionarissen;

►deelname aan een minimaster ondernemersontwikkeling waarin het onderwerp HR onderdeel uitmaakt van het programma of de opleiding.

Toelichting op Artikel 4 sub a Bedrijfsplan

Een bedrijfsplan, ook wel ondernemingsplan of businessplan genoemd, brengt de haalbaarheid van de plannen van de onderneming van de aanvrager in kaart. Het ondernemingsplan is een essentiële routekaart voor succes. Het levende document plant in de regel 3 jaar vooruit en beschrijft de route die de onderneming wil nemen om de visie te
realiseren. Bij de inhoud van een bedrijfsplan kan gedacht worden aan:

  1. De ondernemer,
  2. De onderneming,
  3. Marktanalyse,
  4. Marketingplan,
  5. Financieel plan.

Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub a Financieringsplan

Het financieel plan is een hulpmiddel om te bepalen of uw bedrijfsplan financieel haalbaar is.

Ook heeft u het plan nodig om potentiële financiers te overtuigen om geld in uw bedrijf te investeren. Het levende document plant in de regel 3 tot 5 jaar vooruit en laat de financiële haalbaarheid zien voor de onderneming inzake de te realiseren visie.

Bij de inhoud van een financieringsplan kan gedacht worden aan:

  1. Investeringsplan,
  2. Balans,
  3. Solvabiliteit,
  4. Exploitatiebegroting,
  5. Kasritme
  6. Liquiditeitsbegroting.

Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub a Procesoptimalisatieplan

Onder procesoptimalisatie wordt alles verstaan wat nodig is om processen/werkwijze van de organisatie efficiënter te laten werken, te verbeteren.

Door processen/werkwijze zoveel mogelijk te optimaliseren, te verbeteren kan een financieel voordeel worden behaald en daarmee een concurrentievoordeel. Voorbeelden zijn:

Bij de inhoud van een procesoptimalisatieplan kan gedacht worden aan:

  1. Huidige
    procesomschrijving,
  2. Analyse en inventarisatie,
  3. Voorstel procesomschrijving
  4. Bedrijfseconomische voordelen bedrijf.
    Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub b Innovatieadvies

Inzake innovatieadvies kan gedacht worden aan (niet limitatief):

  1. het in kaart brengen van de technische en/of economische haalbaarheid van een
    voorgenomen ontwikkeling van een product, dienst of proces;
  2. advies inzake de certificering van een nieuw product, dienst of proces;
  3. testen van een nieuw of verbeterd product, dienst of proces inclusief een advies met
    aanbevelingen.

Toelichting op Artikel 4 sub c Strategisch HR beleidsplan
Het HR beleidsplan is toegespitst op de strategische ontwikkelingen binnen het bedrijf, die gericht zijn op de lange termijn. Daarbij is er bijvoorbeeld aandacht voor de benodigde kennis en vaardigheden bij (toekomstige) werknemers gekoppeld aan scholing en ontwikkeling.

Daarnaast kan het gaan over functievorming, belonen en beoordelen van personeel en werving/selectie

Toelichting op Artikel 4 sub d Deskundigheidsbevordering HR

Deelname aan een (incompany) opleiding, training, seminar of cursus mag geschieden voor 1 (of meer) medewerkers van de onderneming van de aanvrager. In geval van deelname door
meer medewerkers kunnen de totale kosten van de deelname subsidiabel worden gesteld.

Zowel medewerkers die al HR taken uitvoeren als medewerkers die HR taken gaan uitvoeren kunnen deelnemen aan een (incompany) opleiding, training, seminar of cursus.

De (incompany) opleiding, training, seminar of cursus moet aantoonbaar gericht zijn op HR.

HR taken zijn die taken gericht op de werving en selectie, belonen, beoordelen en opleiden van werknemers binnen een organisatie. Een (incompany) opleiding, training, seminar of
cursus gericht op personeels- / salarisadministratie zijn hierop uitgezonderd.

Weigeringsgronden

►het project niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling;

►het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;

►één onderneming reeds tweemaal subsidie heeft gekregen op grond van deze regeling, waarbij voor de toepassing van dit artikelonderdeel één onderneming alle rechtspersonen omvat die de volgende band met elkaar onderhouden:
1°. de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders; of
2°. de meerderheid van vennoten van een andere onderneming;

►niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de De-minimisverordening;

►ter zake van de subsidiabele kosten verplichtingen zijn aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag;

►de aanvrager actief is in de sector van de primaire landbouw;

►g. een aanvraag wordt ontvangen buiten het tijdvak van openstelling zoals is bepaald in een openstellingsbesluit;

►indien de aanvrager voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling.

Toelichting op Artikel 6 sub e Weigeringsgronden

Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen ter zake van de subsidiabele kosten van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, nog geen verplichtingen zijn aangegaan
vóórdat de subsidieaanvraag is ontvangen. Dit is bepaald om de stimulerende werking van de regeling te waarborgen.

Onder het aangaan van verplichtingen wordt bijvoorbeeld verstaan het voor akkoord ondertekenen van een offerte van een deskundige of het (mondeling) bevestigen van een opdracht aan een deskundige. Indien vóór de ontvangst van de aanvraag is gestart met werkzaamheden ten behoeve van de te subsidiëren activiteit dan wordt ervan uitgegaan dat er te vroeg een verplichting is aangegaan. In het geval dat er voor een deel van de begrote kosten van de te subsidiëren activiteit een verplichting is aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag, wordt de gehele aanvraag geweigerd.

Gelet op het bovenstaande wordt bij het uitvoeren van deze regeling op grond van artikel 1.10, vierde lid, van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013 (hierna: Asv 2013) afgeweken van artikel 1.10, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Asv 2013, waarin slechts is bepaald dat kosten waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan voordat de aanvraag is ontvangen niet subsidiabel zijn.

Kosten, subsidiepercentage en maximale percentage

►Het bedrag aan subsidiabele kosten per project bedraagt minimaal € 500,00 exclusief BTW.

►De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

►De subsidie per project bedraagt maximaal € 2.500,00.

Subsidiabele kosten

De volgende kosten zijn subsidiabel:

►in geval van een activiteit (bedrijfsontwikkeling, innovatieadvies strategisch HR plan): de kosten voor het inschakelen van een deskundige.

►in geval van een activiteit (deskundigheidsbevordering): de kosten voor het deelnemen aan een (incompany) opleiding, training, seminar of cursus. De (incompany) opleiding, training of cursus wordt gegeven door een deskundige.

►in geval van een activiteit (minimaster) de kosten voor het deelnemen aan de minimaster ondernemingsontwikkeling die wordt gegeven dan wel verzorgd door een deskundige.

Toelichting op Artikel 8 sub b en c Subsidiabele kosten
In het geval dat er meerdere medewerkers van de onderneming van de aanvrager deelnemenaan de subsidiabele activiteit dan komen de deelnamekosten van al deze medewerkers voor subsidie in aanmerking, met dien verstande dat het maximale te verlenen subsidiebedrag voor alle deelnemers gezamenlijk nooit meer dan € 2.500,00 bedraagt.

Niet subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.10 van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:

kosten die worden gefinancierd met andere subsidies dan op grond van deze regeling en loonkosten van medewerkers.

Verplichtingen aanvrager

►bij de subsidieverlening wordt in elk geval de verplichtingen opgelegd dat het het project binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van de subsidieverlening wordt gerealiseerd;

►de subsidieontvanger dient feiten en omstandigheden die moeten worden gemeld of medegedeeld op grond van artikel 2.13 van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013 te melden aan het SNN;

►de subsidieontvanger is verplicht om desgevraagd na afloop van de realisatietermijn van de gesubsidieerde activiteit aan te tonen dat de deze activiteit is verricht en dat aan alle aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen is voldaan. Hiervoor dienen kopieën van facturen en betaalbewijzen ter zake van de gemaakte en betaalde kosten van de gesubsidieerde activiteit te worden overgelegd als ook een kopie van het adviesrapport dan wel beleidsplan dat door de deskundige is opgesteld. Of, indien de gesubsidieerde activiteit niet leidt tot het opstellen van een adviesrapport dan wel beleidsplan, een kopie van een behaald certificaat en een verslag van de gerealiseerde activiteit;

►de subsidieontvanger is verplicht ervoor te zorgen dat de subsidie gedurende de realisatietermijn van de gesubsidieerde activiteit niet wordt overgedragen aan een
andere onderneming die deel uitmaakt van haar verband van ondernemingen dan wel aan een derde onderneming.

Toelichting op Artikel 10 lid 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Subsidie die verleend wordt voor een activiteit als omschreven in artikel 4 van de regeling wordt op een in de subsidieverleningsbeschikking vermelde datum ambtshalve vastgesteld (dit volgt uit artikel 11 eerste lid). Dit betekent dat de subsidieontvanger na realisatie van de gesubsidieerde activiteit geen vaststellingsverzoek hoeft in te dienen waarmee zij (financiële) verantwoording aflegt aan Gedeputeerde Staten.

Evenwel kunnen Gedeputeerde Staten de in het kader van de regeling verleende subsidies controleren al dan niet steekproefsgewijs. Indien een dergelijke controle plaatsvindt, is de subsidieontvanger verplicht om aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht en dat
aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen is voldaan. Dit kan worden aangetoond door minimaal de in artikel 10 derde lid voorgeschreven bewijsstukken te overleggen.

Als uit de controle onregelmatigheden blijken, dan kan dat gevolgen hebben voor de subsidieverlening. Een subsidieverlening kan worden ingetrokken, ten nadele van de
subsidieontvanger worden gewijzigd of ambtshalve lager (tot op nihil) worden vastgesteld.

Bovenstaande kan ertoe leiden dat het uitbetaalde subsidiebedrag in de vorm van een voorschot, wordt teruggevorderd.

Voorschotten en vaststelling

►Binnen drie weken na de verleningsbeschikking wordt de subsidie voor 100% bevoorschot. De subsidie wordt zes maanden na subsidieverlening ambtshalve vastgesteld.

►De termijn van zes maanden als vermeld in het eerste lid kan worden opgeschort indien de subsidieontvanger in verzuim is ten aanzien van het overleggen van informatie als vermeldt in artikel 10, derde lid.

Wijziging of intrekking

De subsidie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd,

indien:
a. het project niet wordt uitgevoerd in overeenstemming met het doel of de voorschriften
van deze regeling;
b. de aanvrager niet de minimale subsidiabele kosten per project heeft gemaakt en
betaald, die zijn bepaald conform artikel 7 lid 1;
c. tegen de uitvoering van het project overwegende bezwaren bestaan

Staatssteun

  1. Subsidies in het kader van deze regeling worden verstrekt met toepassing van de deminimisverordening.
  2. De aanvrager vult bij het indienen van de aanvraag een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt.
  3. Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000,- over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en
    dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de de-minimissteun.
  4. De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent, zoals omschreven in de de- minimisverordening.

Toelichting op Artikel 13 staatssteun

Het steunkader waarbinnen subsidie wordt verstrekt in het kader van deze regeling is de deminimissteunen is geregeld in Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013. Op grond van deze verordening kan Gedeputeerde Staten aan MKBondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000,- aan voordeel verstrekken zonder dat dit staatssteun oplevert. Om te kunnen beoordelen dat het plafondbedrag niet wordt overschreden met de subsidieverstrekking in het kader van deze regeling, dient bij de aanvraag een ingevulde de-minimisverklaring te worden overgelegd.

Openingsbesluit

Besluit van 7 januari 2020, nr. 0171592, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit Voucherregeling MKB
Fryslân 2020

Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, gelet op artikel
5 van de Voucherregeling MKB Fryslân 2020 besluiten als volgt:

Artikel 1 Aanvraag

  1. Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 3 februari 2020 9.00 uur tot en met 31 december
    2020 23:59 uur.
  2. Aanvragen dienen elektronisch te worden ingediend in het subsidieloket van het SNN. Zie hiervoor
    www.snn.nl.
  3. Een aanvraag is volledig wanneer bij de aanvraag in ieder geval de volgende documenten zijn meegestuurd:
    a. een offerte van de in te schakelen deskundige;
    b. een de-minimisverklaring, waaruit blijkt dat het aangevraagde bedrag geheel of gedeeltelijk kan worden verleend
    zonder dat sprake zal zijn van overtreding van de geldende voorschriften van de Europese Unie ter zake van de
    verstrekking van overheidssteun;
    c. model mkb-toets;
    d. kopie bankafschrift ter verificatie van het IBAN-nummer van de aanvrager.

Artikel 2 Subsidieplafond
Het totale subsidieplafond voor deze aanvraagperiode is € 850.194,-. Van dit bedrag is € 550.194,- als deelplafond
beschikbaar voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel a en b, van de Voucherregeling MKB
Fryslân 2020 en € 300.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel c, d en e, van de
Voucherregeling MKB Fryslân 2020.

Artikel 3 Verdeling middelen
De verdeling van de middelen vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 lid 4 van de Voucherregeling
MKB Fryslân 2020.

Artikel 4 Slotbepalingen
Dit Openstellingsbesluit wordt aangehaald als Openstellingsbesluit Voucherregeling MKB Fryslân 2020 en treedt in
werking op de eerste dag na de datum van uitgifte in het Provinciaal Blad.

Nadere details over de Voucherregeling MKB Fryslân 2020 zijn te vinden via www.SNN.nl
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 7 januari 2020.
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris R.E. Bouius – Riemersma, MBA MCM

Voucherregeling 2020 vanaf 3 april 2020

Waarvoor kun je subsidie krijgen?
►Het inschakelen van een onafhankelijke deskundige voor bedrijfsontwikkeling, innovatie-advies of een HR beleidsplan
►Het deelnemen aan (in-company) opleidingen, trainingen, seminars of cursussen voor HR deskundigheidsbevordering
►Het deelnemen aan een minimaster ondernemersontwikkeling waarbij HR een onderdeel is van het programma
►Het omscholen of bijscholen van medewerkers gericht op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van deze medewerkers binnen de organisatie

Wat zijn de voorwaarden?
►Het project richt zich op innovatie, bedrijfsontwikkeling of strategische HR
►De onafhankelijke deskundige kan op grond van zijn opleiding en ervaring het project uitvoeren
►Er zijn nog geen contracten aangegaan vóór het indienen van de subsidieaanvraag
►Het project wordt binnen 6 maanden na toezegging van de subsidie afgerond


LET OP: GEBRUIK DE JUISTE VERSIE

Definities (artikel 1)

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. bijscholing: een of meer medewerkers van de aanvrager worden opgeleid om hun kennis te vergroten binnen hun huidige functie of vakgebied. Dit door deelname aan
een opleiding, training seminar of cursus;

b. de-minimis: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december
2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

c. deskundige: iemand die op grond van opleiding of ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren in het kader van een op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteit. De deskundige is onafhankelijk en ingeschreven in het handelsregister;

d. HR taken: taken die gericht zijn op de werving en selectie, belonen, beoordelen en opleiden van werknemers binnen een organisatie;

e. minimaster ondernemersontwikkeling: meerdaags programma of meerdaagse opleiding waarin wezenlijke aspecten van ondernemerschap worden behandeld die al dan niet
een direct raakvlak hebben met een of meer in het doel van de regeling beschreven ondernemersthema’s. Gedurende het programma of de opleiding krijgen deelnemende
MKB-ondernemers handvatten aangereikt die essentieel zijn voor het succesvol uitvoeren van hun ondernemingsactiviteiten;

f. Mkb onderneming: een onderneming zoals is opgenomen in bijlage I van de verordening (EU) Nr. 651/2014 van de commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde
categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

g. omscholing: een of meer medewerkers van de aanvrager worden opgeleid voor een andere functie binnen de organisatie van de aanvrager dan de huidige functie die de medewerkers hebben. Dit door deelname aan een opleiding, training, seminar of cursus;

h. PE-punten/PE-uren: Permanente Educatie punten of uren. Voor diverse functies in het mkb is het van belang dat medewerkers die deze functies vervullen hun vakkennis upto-
date houden en hiervoor periodiek een voorgeschreven aantal PE-punten moeten behalen. Deze punten kunnen behaald worden door het volgen van opleidingen, trainingen, seminars of cursussen, bij PE-erkende instellingen, die voor de deelname hieraan PE-punten toekennen;

i. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Toelichting op Artikel 1 sub c Deskundige

De deskundige dient op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd te zijn de opdracht uit te voeren of de (incompany) opleiding, training, seminar of cursus te geven. Voor de beoordeling kan worden gekeken naar de ondernemingsactiviteiten van het bedrijf dat wordt ingehuurd en/of de aantoonbare kennis en ervaring van de persoon die de opdracht uitvoert of de (incompany) opleiding, training, seminar of cursus geeft.

De deskundige die ingehuurd wordt moet ingeschreven zijn bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, of vergelijkbare handelsregisters in andere staten. Particulieren kunnen daarmee niet optreden als onafhankelijke deskundige.

Een kennisinstelling kan overigens wel optreden als onafhankelijke deskundige.

Een deskundige dient tevens onafhankelijk te zijn. Dit houdt in dat de deskundige onafhankelijk de gegeven opdracht dient uit te kunnen voeren of de (incompany) opleiding,
training, seminar of cursus te kunnen geven. Waarbij er geen sprake mag zijn van enige vorm van belangenverstrengeling. Het gaat er ook om dat de schijn van belangenverstrengeling
moet worden vermeden. In dit kader wordt onder andere in de volgende situaties geoordeeld dat er geen sprake is van onafhankelijkheid:

Doel van de regeling (artikel 2)

Artikel 2. Doel van de regeling

De subsidieregeling heeft als doel Friese MKB-ondernemingsactiviteiten op het gebied van innovatie, bedrijfsontwikkeling of strategisch HR te stimuleren. Hiermee beogen Gedeputeerde Staten een impuls te geven aan diverse actuele ondernemersthema’s die met voornoemde activiteiten verband houden, zoals vergroting van de circulaire economie, verbetering van de vitaliteit van medewerkers, inspelen op de krapte op de arbeidsmarkt, het digitaliseren van de organisatie of het continueren van de organisatie.

Doelgroep (artikel 3)

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan een mkb-onderneming die op het moment van ontvangst van de aanvraag een vestiging heeft in de provincie Fryslân en vanuit deze vestiging ondernemingsactiviteiten uitvoert.

Subsidiabele activiteit (artikel 4)

Artikel 4. Subsidiabele activiteit

Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die zien op:
a. bedrijfsontwikkeling: het opstellen van een financieringsplan, procesoptimalisatieplan of bedrijfsplan;

b. innovatie-advies: het inwinnen van advies ten behoeve van voor de onderneming nieuwe kennis met betrekking tot nieuwe producten, productieprocessen of diensten, of de vernieuwing daarvan;

c. het opstellen van een strategisch HR beleidsplan en/of de implementatie hiervan;

d. deskundigheidsbevordering bij medewerkers met HR taken en/of medewerkers die HR taken gaan uitvoeren, niet zijnde professionele HR functionarissen;

e. deelname aan een minimaster ondernemersontwikkeling waarin het onderwerp HR onderdeel uitmaakt van het programma of de opleiding;

f. omscholing of bijscholing van medewerkers, anders dan bedoeld dan onder sub d, die gericht is op het versterken of vergroten van de inzetbaarheid van deze medewerkers binnen de organisatie van de aanvrager. Daarbij worden nieuwe vaardigheden en taken aangeleerd die ingezet kunnen worden binnen de huidige functie of binnen een andere functie.

Toelichting op Artikel 4 sub a Bedrijfsplan

Een bedrijfsplan, ook wel ondernemingsplan of businessplan genoemd, brengt de haalbaarheid van de plannen van de onderneming van de aanvrager in kaart. Het ondernemingsplan is een essentiële routekaart voor succes. Het levende document plant in de regel 3 jaar vooruit en beschrijft de route die de onderneming wil nemen om de visie te realiseren.

Bij de inhoud van een bedrijfsplan kan gedacht worden aan:

  1. De ondernemer,
  2. De onderneming,
  3. Marktanalyse,
  4. Marketingplan,
  5. Financieel plan.
    Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub a Financieringsplan

Het financieel plan is een hulpmiddel om te bepalen of uw bedrijfsplan financieel haalbaar is.

Ook heeft u het plan nodig om potentiële financiers te overtuigen om geld in uw bedrijf te investeren. Het levende document plant in de regel 3 tot 5 jaar vooruit en laat de financiële haalbaarheid zien voor de onderneming inzake de te realiseren visie.

Bij de inhoud van een financieringsplan kan gedacht worden aan:

  1. Investeringsplan,
  2. Balans,
  3. Solvabiliteit,
  4. Exploitatiebegroting,
  5. Kasritme
  6. Liquiditeitsbegroting.
    Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub a Procesoptimalisatieplan

Onder procesoptimalisatie wordt alles verstaan wat nodig is om processen/werkwijze van de organisatie efficiënter te laten werken, te verbeteren.

Door processen/werkwijze zoveel mogelijk te optimaliseren, te verbeteren kan een financieel voordeel worden behaald en daarmee een concurrentievoordeel. Voorbeelden zijn:

Bij de inhoud van een procesoptimalisatieplan kan gedacht worden aan:

  1. Huidige procesomschrijving,
  2. Analyse en inventarisatie,
  3. Voorstel procesomschrijving
  4. Bedrijfseconomische voordelen bedrijf.
    Deze opsomming is niet limitatief.

Toelichting op Artikel 4 sub b Innovatieadvies

Inzake innovatieadvies kan gedacht worden aan (niet limitatief):

  1. het in kaart brengen van de technische en/of economische haalbaarheid van een voorgenomen ontwikkeling van een product, dienst of proces;
  2. advies inzake de certificering van een nieuw product, dienst of proces;
  3. testen van een nieuw of verbeterd product, dienst of proces inclusief een advies met aanbevelingen.

Toelichting op Artikel 4 sub c Strategisch HR beleidsplan

Het HR beleidsplan is toegespitst op de strategische ontwikkelingen binnen het bedrijf, die gericht zijn op de lange termijn. Daarbij is er bijvoorbeeld aandacht voor de benodigde kennis en vaardigheden bij (toekomstige) werknemers gekoppeld aan scholing en ontwikkeling.

Daarnaast kan het gaan over functievorming, belonen en beoordelen van personeel en werving/selectie

Toelichting op Artikel 4 sub d Deskundigheidsbevordering HR

Deelname aan een (incompany) opleiding, training, seminar of cursus mag geschieden voor 1 (of meer) medewerkers van de onderneming van de aanvrager. In geval van deelname door meer medewerkers kunnen de totale kosten van de deelname subsidiabel worden gesteld.

Zowel medewerkers die al HR taken uitvoeren als medewerkers die HR taken gaan uitvoeren kunnen deelnemen aan een (incompany) opleiding, training, seminar of cursus.
De (incompany) opleiding, training, seminar of cursus moet aantoonbaar gericht zijn op HR.

HR taken zijn die taken gericht op de werving en selectie, belonen, beoordelen en opleiden van werknemers binnen een organisatie. Een (incompany) opleiding, training, seminar of
cursus gericht op personeels- / salarisadministratie zijn hierop uitgezonderd.

Toelichting op Artikel 4 sub f Omscholing of bijscholing van medewerkers

De subsidieaanvrager dient in haar aanvraag duidelijk aan te geven of zij subsidie aanvraagt voor omscholing óf bijscholing van één of meer van haar medewerkers die in loondienst zijn bij haar onderneming. De opleiding, seminar of cursus die in dit kader wordt gevolgd, kan eventueel (deels) digitaal worden verzorgd door de deskundige, zolang dit uiteindelijk een fysiek certificaat of diploma oplevert voor de deelnemers.

Een aantal voorbeeldprojecten die vallen onder de omschrijving van de activiteit zoals beschreven in dit artikel zijn:
1) B.V. A beschikt over meerdere productielijnen. De omzet die gegenereerd wordt met eenbepaalde productielijn is tot stilstand gekomen. Een andere productielijn genereert echter nog wel omzet en ziet zelfs de vraag naar het product/dienst dat vervaardigd/aangeboden wordt middels deze productielijn toenemen. Hierdoor kan deze productielijn extra medewerkers
goed gebruiken, hetgeen mogelijk is wanneer medewerkers die een functie hebben die verbonden is met de getroffen productielijn worden omgeschoold naar een andere functie.

2) B.V. B vindt het wenselijk dat de vaktechnische kennis van een aantal van haarmedewerkers wordt vergroot binnen hun huidige functies. Als gevolg van een tijdelijke terugval van ontvangen orders, zijn deze medewerkers op dit moment minder werk te doen hebben dan gebruikelijk is, waardoor laatstgenoemde er in deze periode voor kiest om de
medewerkers bij te scholen door ze een opleiding of training te laten volgen, waardoor ze straks breder en efficiënter inzetbaar zijn in hun functies doordat ze over nieuwe vaardigheden beschikken.

3) Eenmanszaak C, zijnde een klein detacheringsbureau dat zeven medewerkers in loondienst heeft, boekt goede omzetresultaten en heeft de laatste twee jaren een redelijke groei doorgemaakt. De onderneming is echter terughoudend voor wat betreft het aannemen van nieuwe medewerkers en kiest er liever voor om de medewerkers die zij uitleent aan
opdrachtgevers bij te scholen, met als doel dat ze op meer diverse opdrachten kunnen worden ingezet. Daarvoor is het nodig dat ze nieuwe taken aanleren en dat kan worden gerealiseerd door de medewerkers cursus te laten volgen.

Weigeringsgronden (artikel 6)

Artikel 6. Weigeringsgronden

De subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 2.7 van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013, in ieder geval geweigerd indien:

a. het project niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling;

b. het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;

c. één onderneming reeds tweemaal subsidie heeft gekregen op grond van deze regeling, waarbij voor de toepassing van dit artikelonderdeel één onderneming alle rechtspersonen omvat die de volgende band met elkaar onderhouden:
1°. de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders; of
2°. de meerderheid van vennoten van een andere onderneming;

d. niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de De-minimisverordening;

e. ter zake van de subsidiabele kosten verplichtingen zijn aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag;

f. de aanvrager actief is in de sector van de primaire landbouw;

g. een aanvraag wordt ontvangen buiten het tijdvak van openstelling zoals is bepaald in een openstellingsbesluit;

h. indien de aanvrager voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling;

i. in het geval dat subsidie is aangevraagd voor een activiteit zoals beschreven in artikel 4 sub d, e of f: de aanvrager in zijn aanvraag desgevraagd niet aannemelijk kan maken dat de medewerkers die deelnemen aan de activiteit in kwestie op het moment van ontvangst van de aanvraag bij haar in loondienst zijn;

j. in het geval dat de subsidie is aangevraagd voor een activiteit zoals beschreven in artikel 4 sub f: de medewerkers die deelnemen aan de activiteit in kwestie dit doen in het kader van het periodiek te behalen voorgeschreven aantal PE-punten dat nodig is voor de uitoefening van hun functie.

Toelichting op Artikel 6 sub c Weigeringsgronden

Eén onderneming kan maximaal tweemaal subsidie ontvangen tijdens de gehele looptijd van de regeling.

Toelichting op Artikel 6 sub e Weigeringsgronden
Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen ter zake van de subsidiabele kosten van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, nog geen verplichtingen zijn aangegaan vóórdat de subsidieaanvraag is ontvangen. Dit is bepaald om de stimulerende werking van de regeling te waarborgen.
Onder het aangaan van verplichtingen wordt bijvoorbeeld verstaan het voor akkoord ondertekenen van een offerte van een deskundige of het (mondeling) bevestigen van een opdracht aan een deskundige. Indien vóór de ontvangst van de aanvraag is gestart met werkzaamheden ten behoeve van de te subsidiëren activiteit dan wordt ervan uitgegaan dat er te vroeg een verplichting is aangegaan.

In het geval dat er voor een deel van de begrote kosten van de te subsidiëren activiteit een verplichting is aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag, wordt de gehele aanvraag geweigerd. Gelet op het bovenstaande wordt bij het uitvoeren van deze regeling op grond van artikel 1.10, vierde lid, van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013 (hierna: Asv 2013) afgeweken van artikel 1.10, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Asv 2013, waarin slechts is bepaald dat kosten waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan voordat de aanvraag is ontvangen niet subsidiabel zijn.

Subsidiabele kosten (artikel 8)

Artikel 8. Subsidiabele kosten

De volgende kosten zijn subsidiabel:

a) in geval van een activiteit, zoals beschreven in artikel 4 sub a t/m c: de kosten voor het inschakelen van een deskundige.

b) in geval van een activiteit, zoals beschreven in artikel 4 sub d: de kosten voor het deelnemen aan een (in company) opleiding, training, seminar of cursus. De (in company) opleiding, training of cursus wordt gegeven door een deskundige.

c) in geval van een activiteit, zoals beschreven in artikel 4 sub e: de kosten voor het deelnemen aan de minimaster ondernemingsontwikkeling die wordt gegeven dan wel verzorgd door een deskundige.

d) in geval van een activiteit, zoals beschreven in artikel 4 sub f: de kosten voor het deelnemen aan een (in company) opleiding, training, seminar of cursus door medewerkers van de aanvrager, die gericht is op omscholing dan wel bijscholing van de desbetreffende medewerkers. De (in company) opleiding, training of cursus wordt gegeven door een deskundige.

Toelichting op Artikel 8 sub b en c Subsidiabele kosten

In het geval dat er meerdere medewerkers van de onderneming van de aanvrager deelnemen aan de subsidiabele activiteit dan komen de deelnamekosten van al deze medewerkers voor subsidie in aanmerking, met dien verstande dat het maximale te verlenen subsidiebedrag voor alle deelnemers gezamenlijk nooit meer dan € 2.500,00 bedraagt.

Verplichtingen aanvrager (artikel 10)

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  1. bij de subsidieverlening wordt in elk geval de verplichting opgelegd dat het project binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van de subsidieverlening wordt gerealiseerd;

  2. de subsidieontvanger dient feiten en omstandigheden die moeten worden gemeld of medegedeeld op grond van artikel 2.13 van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2013 te melden aan het SNN;

  3. de subsidieontvanger is verplicht om desgevraagd na afloop van de realisatietermijn van de gesubsidieerde activiteit aan te tonen dat de deze activiteit is verricht en dat aan alle aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen is voldaan. Hiervoor dienen kopieën van facturen en betaalbewijzen ter zake van de gemaakte en betaalde kosten van de gesubsidieerde activiteit te worden overgelegd als ook een kopie van het
    adviesrapport dan wel beleidsplan dat door de deskundige is opgesteld. Of, indien de gesubsidieerde activiteit niet leidt tot het opstellen van een adviesrapport dan wel beleidsplan, een kopie van een behaald certificaat of diploma alsmede een verslag van de gerealiseerde activiteit;

  4. de subsidieontvanger is verplicht ervoor te zorgen dat de subsidie gedurende de realisatietermijn van de gesubsidieerde activiteit niet wordt overgedragen aan een andere onderneming die deel uitmaakt van haar verband van ondernemingen dan wel
    aan een derde onderneming.

Toelichting op Artikel 10 lid 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Subsidie die verleend wordt voor een activiteit als omschreven in artikel 4 van de regeling wordt op een in de subsidieverleningsbeschikking vermelde datum ambtshalve vastgesteld (dit volgt uit artikel 11 eerste lid). Dit betekent dat de subsidieontvanger na realisatie van de
gesubsidieerde activiteit geen vaststellingsverzoek hoeft in te dienen waarmee zij (financiële) verantwoording aflegt aan Gedeputeerde Staten.

Evenwel kunnen Gedeputeerde Staten de in het kader van de regeling verleende subsidies controleren al dan niet steekproefsgewijs. Indien een dergelijke controle plaatsvindt, is de subsidieontvanger verplicht om aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht en dat aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen is voldaan. Dit kan worden aangetoond door minimaal de in artikel 10 derde lid voorgeschreven bewijsstukken te overleggen.

Als uit de controle onregelmatigheden blijken, dan kan dat gevolgen hebben voor de subsidieverlening. Een subsidieverlening kan worden ingetrokken, ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd of ambtshalve lager (tot op nihil) worden vastgesteld.

Bovenstaande kan ertoe leiden dat het uitbetaalde subsidiebedrag in de vorm van een voorschot, wordt teruggevorderd.

staatssteun (artikel 13)

Artikel 13. Staatssteun

  1. Subsidies in het kader van deze regeling worden verstrekt met toepassing van de deminimisverordening.
  2. De aanvrager vult bij het indienen van de aanvraag een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt.
  3. Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan
    € 200.000,- over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de de-minimissteun.
  4. De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent, zoals omschreven in de de-minimisverordening.

Toelichting op Artikel 13 staatssteun

Het steunkader waarbinnen subsidie wordt verstrekt in het kader van deze regeling is de deminimissteunen is geregeld in Verordening (EG) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013. Op grond van deze verordening kan Gedeputeerde Staten aan MKB ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000,- aan voordeel verstrekken zonder dat dit staatssteun oplevert. Om te kunnen beoordelen dat het plafondbedrag niet wordt overschreden met de subsidieverstrekking in het kader van deze regeling, dient bij de aanvraag een ingevulde de-minimisverklaring te worden overgelegd.